Duurzaam Lennik 2030

Samen werken aan een duurzame, ondernemende en sociale gemeente

Ter voorbereiding van het meerjarenplan heeft de meerderheid in Lennik een visienota neergeschreven. Deze nota vormt de aanzet voor het meerjarig beleidsplan, dewelke verder zal uitgewerkt worden via het uitgebreid participatietraject.

1. Een langetermijnvisie ontwikkelen

Duurzame ontwikkeling is het leidmotief geworden voor besturen op alle niveaus: Europees, Federaal, Vlaams en lokaal. De gemeente Lennik wil de komende legislatuur de basis leggen voor een langetermijnvisie op de lokale invulling van deze principes. De duurzame ontwikkelingsdoelen (SDGs) worden de basis voor de toekomstige ontwikkeling van onze gemeente. Die doelstellingen zijn gebouwd op 5 pijlers: mensen, ecologie, welvaart en economie, vrede en veiligheid en tot slot partnerschappen.

Daarvoor moeten we durven de platgetreden paden te verlaten. Hét basisprincipe is participatie en inspraak: de betrokkenheid van de burger staat van bij de start van het besluitvormingstraject centraal en zal telkens het vertrekpunt zijn in de verdere uitwerking van het beleid. Alleen zo kunnen we werk maken van een echt participatief bestuur.

In het eerste jaar willen we de langetermijnvisie uitstippelen voor Duurzaam Lennik 2030, waarbij we kiezen voor een strikt projectmatige aanpak. Dit participatieproject, wordt de spil van onze toekomstvisie. Het zal zich eveneens vertalen in het Meerjarig Beleidsplan, zoals voorgeschreven door de Vlaamse overheid. We ondersteunen dit ook via de aanwerving van een communicatie- en bemidddelingsambtenaar en doen voor de uitwerking tevens beroep op de diensten van een studiebureau.

2. Mensen en sociaal beleid

Lennik blijft inzetten op een sterk sociaal beleid, in de toekomst nog meer op basis van een ketenaanpak. Het budget en aanbod op het vlak van sociaal beleid blijven op hetzelfde niveau. We geven vorm aan een inclusief sociaal beleid met sterke focus op gezinsondersteuning en senioren (poetsen, vrijwilligerswerking, sociale assistenten) en begeleiding op maat voor kinderen in complexe opvoedingssituaties en/of armoede. Dit willen we ook vertalen in het personeelsbestand.

Daarnaast willen we verder werk maken van armoedebestrijding bij kinderen in samenwerking met alle relevante actoren (scholen, sport- en jeugdclubs, eerste lijnzorg, …), inzetten op integratie van nieuwkomers en anderstaligen, investeren in sociale economie en verder werk maken van het sociaal bindend objectief.

3. Onderwijs

De gemeente wil concrete initiatieven ondernemen in het kader van flankerend onderwijsbeleid: armoedebestrijding, taalontwikkeling, gezondheid, welzijn van kinderen, natuurbeleving en integratie. Ook rond duurzaamheid moet de gemeente een voortrekkersrol spelen en scholen stimuleren om die thema’s aan bod te brengen in het schoolbeleid en lessenpakket.

De academie wordt verder uitgebouwd tot een volwaardige academie voor muziek, woord, dans en beeldende kunst.

Op het vlak van internationale samenwerking heeft de gemeente al een Gemeentelijke Raad voor Ontwikkelingssamenwerking (GROS), die regelmatig initiatieven neemt. Het budget voor ontwikkelingssamenwerking moet geëvalueerd worden en gelinkt aan concrete acties die het bewustzijn en draagvlak voor ‘ontwikkelingssamenwerking’ bij alle lagen van de bevolking vergroot (vb. via gerichte acties naar scholen).

4. Ecologie en duurzaamheid

De gemeente neemt op het vlak van klimaat haar voorbeeldrol verder op: ledverlichting openbaar domein, stimuleren van autodelen en het voorzien van locaties voor autodeelbedrijven, isolatie en zonnepanelen, reductie van de energiekosten, 100% groene stroom, investeringen in groen wagenpark, enz.

De globale ambitie is evolueren naar een klimaat-neutrale gemeente. De acties in het Burgemeestersconvenant worden verder uitgevoerd: reductie van de CO2-uitstoot en een doorlichting van het bestaande ‘klimaatplan’. De provinciale convenant ‘Strategisch plan Pajottenland’, rond de opmaak van een visie over hernieuwbare energie op het niveau van het Pajottenland, wordt verder uitgevoerd en de aanbevelingen zullen worden vertaald in het beleid.

Er wordt een natuurontwikkelingsplan opgemaakt, met een meerjarenplan voor de verdere aankoop en actief beheer van stukjes natuur, belangrijke corridors en mogelijke bosuitbreiding. In het meerjarenplan wordt hiervoor een budget voorzien en zullen subsidiekanalen maximaal aangeboord worden.

We streven naar propere beken. Het stelselmatig ontdubbelen van rioleringen wordt daarom verdergezet. Er zal, binnen de financiële mogelijkheden, uitvoering worden gegeven aan projecten die al voor subsidiëring bij de VMM werden ingediend (uiteraard Schapenstraat, maar ook bijvoorbeeld Neerbuzingen en Tuitenberg/Hunsel).

Er wordt een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) Open Ruimte opgemaakt teneinde de open ruimte en de waardevolle natuur verder af te bakenen. De rol van land- en tuinbouw, als behoeder en gebruiker van de open ruimte in de Rand rond Brussel, wordt erkend en verder ondersteund. De landbouwraad speelt daarin een belangrijke rol.

Dierenwelzijn krijgt bijzondere aandacht, zichtbaar gemaakt door een bevoegde schepen, met de focus op o.m. de problematiek van zwerfkatten, de structurele samenwerking met dierenasielen en/of vzw’s voor dierenbescherming en de ondersteuning van een diervriendelijke landbouw.

5. Mobiliteit

Om het draagvlak te vergroten van een aantal prioriteiten en projecten wordt een mobiliteitswerkgroep opgericht, met daarin alle relevante actoren. De samenstelling wordt bekrachtigd via de gemeenteraad.

We maken werk van de uitvoering van het mobiliteitsplan, met de focus op onderhoud en aanleg van fietspaden, fietssnelwegen, speelstraten (in de vakantieperiodes), fietsstraten en verbindingen tussen de hoofddorpen en veilige schoolomgevingen.

De gemeente onderneemt zelf actie richting Vlaams gewest om de herinrichting van de N8, met de aanleg van een gescheiden fietspad, te versnellen.

In het meerjarenbeleidsplan wordt financiële ruimte voorzien voor de aanleg van minstens één volwaardig nieuw fietspad op het bovenlokaal functioneel fietsroutenetwerk. De gemeente doet hiervoor beroep op de subsidiemogelijkheden van het Vlaams Gewest.

Het project ‘hoogtemeting’, gekoppeld aan de ANPR-camera’s, voor het weren van zwaar vervoer in het centrum, wordt verder uitgevoerd.

De fiets- en voetgangersveiligheid in het centrum Sint-Kwintens-Lennik zal opnieuw worden geëvalueerd en besproken met de bevoegde gewestelijke instanties.

We nemen onze rol in de vervoersregio op om blijvend aan te dringen op bijkomende busverbindingen tussen de deelgemeenten, naar de dichtstbijzijnde stations en de bovenlokale centra: op de N285 richting Ternat/Asse, maar ook richting Halle.

De gemeente neemt initiatieven om het elektrisch rijden, autodelen en andere vormen van mobiliteit te promoten en neemt een engagement naar voorbeeldacties in het kader van de autoloze zondag en week van de verkeersveiligheid.

6. Ruimtelijke ordening en planning

Het project 20-30 omvat een luik ruimtelijke ordening en planning om finaal te komen tot de opmaak van het Ruimtelijk Beleidsplan Lennik, met inbegrip van een visie op de huidige dorpskernen, mogelijke ontwikkelingsgebieden en open ruimte gebieden. Op kortere termijn wordt werk gemaakt van de opmaak van een RUP Open Ruimte.

Het huidige RUP bouw- en woonlagen zal op korte termijn en in de lopende procedure worden bijgestuurd, zodat het RUP enkel betrekking zal hebben op het gelijkstellen van het aantal bouw- en woonlagen in de woonzone (en dus niet op het creëren van een eventuele bijkomende bouwlaag op de Markt), om zo de vaak scheefgegroeide situaties recht te trekken en rechtszekerheid te creëren. Wat betreft de nood aan het afbakenen van de ‘handelskern’ zal samen gezocht worden naar een passende oplossing al dan niet in het kader van dit RUP. In opvolging van het toekomstige Ruimtelijke Beleidsplan Lennik zal ook de mogelijkheid van een RUP Bebouwde Ruimte nader worden bekeken.

Het RUP Levenslust zal op korte termijn gestart worden met een nieuwe procedure waar inspraak en participatie het uitgangspunt vormen, met het oog op de duidelijke afbakening van de zone voor openbaar nut, maar ook op de vrijwaring en bescherming van het parkgebied.

Om het groene en landelijke karakter van onze dorpskern te vrijwaren en om duidelijkheid te bieden aan initiatiefnemers en eigenaars, wordt een stedenbouwkundige verordening opgemaakt met meer bindende bepalingen voor bouwfirma’s en projectontwikkelaars met betrekking tot de vloer/terrein index, het procentueel te behouden groen op het perceel, parkeergelegenheden, fietsvoorzieningen en andere kwalitatieve buitenruimte.

Wat betreft de huidige woonuitbreidingsgebieden kan verder ingezet worden op de vrijwaring van de open ruimte. In afwachting van een globale visie die volgt uit het RUP Open Ruimte, doen we geen voorafnames.

We maken samen werk van een inventaris van lokaal erfgoed, zodat eigenaars of potentiële kopers hiermee rekening kunnen houden. Hiervoor is nood aan een objectief afwegingskader. De Erfgoedraad wordt hierin betrokken.

Op het vlak van het onderhoud, de toegankelijkheid en het ontwikkelen van nieuwe trage wegen en buurtwegen speelt de gemeente een proactieve rol. Ze zoekt daarbij in eerste instantie naar een overlegde oplossing. Bij gebrek aan een overlegde oplossing zal, geval per geval, het gebruik van handhavende procedures overwogen worden, met bijzondere aandacht voor het gelijkheidsbeginsel. Om tot een globale visie te komen zal een nieuwe inventaris worden opgemaakt van te behouden voetwegen, gestoeld op het trage wegen-beleid van de Provincie.

7. Duurzame gemeente en economische groei

Lokale handel is duurzame handel. Daarom zetten we verder in op projecten die handelskernen ondersteunen. We gaan actief in dialoog met de gemeenten van het Pajottenland om te komen tot een bovengemeentelijke samenwerking rond circulaire economie. Lennik kan hier volop inzetten op haar rol als centrumgemeente.

De korte keten-aanpak wordt verder gepromoot via ondersteuning en promotie van ‘verkoop aan particulieren’ via landbouwers en de promotie van boerenmarkten. Duurzame landbouw vormt een speerpunt, waarin landbouwers worden benaderd als ondernemers en als partners bij landschapsbeheer.

Onze gemeente heeft fantastische troeven op het vlak van toerisme en zachte recreatie. Die moeten we blijvend vertalen in ondersteunende promotieacties, met inspraak van de sector en betrokken actoren, zoals het Kasteel van Gaasbeek.

We zetten verder in op dorpskernverfraaiing en duidelijke afbakening van functies (parkeren, verblijven, bewegen en buurtgroen) in alle deelgemeenten. In Sint-Martens-Lennik is er ook nood aan de heraanleg van voetpaden.

8. Patrimonium en openbare werken

We finaliseren de al geplande en gebudgetteerde werken: de renovaties van de feestzaal Jo Baetens en het gemeentehuis, de rioleringswerken in de Schapenstraat, het in-groenen van de Markt via complementair participatieluik en de Gemeenteschool Eizeringen.

We blijven prioriteit geven aan het structureel herstel van wegen.

We besteden bijzondere aandacht aan het patrimonium van onze sport- en jeugdclubs en zetten in op de ontsluiting van de bestaande sportinfrastructuur binnen onze scholen. Op korte termijn wordt bekeken in welke mate eventuele samenwerking met de scholengemeenschap de bestaande nood aan meer sportinfrastructuur uit de wereld kan helpen.

Een globale benadering van de bestaande zonevreemdheidsproblematiek dringt zich op om clubs toe te staan duurzame investeringen te doen, in samenspraak met de Sportraad. Opgestarte planningsinitiatieven worden daarbij verdergezet.

Er zal een concreet en becijferd plan over de verbouwing van de gemeentelijke academie worden opgemaakt.

9. Veilig samenleven, goed bestuur en dienstverlening

De lokale politie heeft een sterke wijkwerking en via de politiezone wordt hier sterk op ingezet. Die wijkwerking zal verder uitgebouwd worden via de inzet van politie, gemeenschapswachten of gemachtigd opzichters om bijvoorbeeld de verkeersveiligheid in schoolomgevingen te kunnen waarborgen, en om tussen te komen in situaties die meer veiligheid vereisen.

In de voorbije legislatuur werd sterk ingezet op een klantvriendelijke dienstverlening volgens het ‘service design model’. Dit model wordt verder geïmplementeerd met de professionalisering en versterking van het snel-loket (onthaal) via de inzet van een bijkomende onthaalmedewerker en een communicatie- en bemiddelingsambtenaar. Die moet ervoor zorgen dat het communicatiebeleid vanuit de gemeente verder professionaliseert en de klachten en meldingen van burgers vertaald worden naar concrete acties.

We maken een concreet en becijferd plan over het toekomstig administratief centrum in de ‘oude brandweerkazerne’, met het oog op de fysieke integratie van het OCMW en de gemeentediensten. We onderzoeken of mogelijke andere functies kunnen toegevoegd worden, zoals een cafetaria, een publieke lees- of studeerruimte en/of bibliotheek.

We voeren een zuinig, maar proactief gemeentelijk handhavingsbeleid, wanneer er duidelijk sprake is van de schending van een algemeen belang en/of wanneer het dossier duidelijk de wetgeving met de voeten treedt.

Financieel wordt nagegaan of een sociale correctie mogelijk is op de bestaande belastingen, we onderzoeken wat de financiële impact is van een ‘shift’ van personenbelasting naar ‘onroerende voorheffing’. Het uitgangspunt is daarbij dat de totale inkomsten voor de gemeente gelijk blijven , gelet op de grote financiële uitdagingen van de gemeenten. De globale belastingdruk zal echter niet stijgen.

10. Partnerschappen

We zetten sterk in op samenwerking in de politiezone, brandweerzone en de jeugd- en cultuurregio.

Participatie wordt de kernpijler van het gemeentelijk beleid, waarbij de burger een centrale rol speelt. Bij organisatie van de inspraakmomenten is laagdrempeligheid de norm. De communicatie loopt niet louter via gemeenteblad en -website maar ook via infomarkten, waarbij actief naar de betrokken burger wordt gestapt.

We zetten in op activatie en waardering van adviesraden, met een vooraf bepaald aantal vergaderingen per jaar, zodat er een voldoende frequentie is. Een minimumaantal vergaderingen per jaar zal worden gegarandeerd.

De rol en de samenstelling van adviesraden wordt geëvalueerd en bijgestuurd. We kunnen als leidraad de methodologie van de samenstelling van de Vlaamse adviesraden gebruiken (intersectoraal, multidisciplinair).

We investeren in de relatie met de verschillende buurten en de inwoners door de organisatie van regelmatige buurtbabbels. Naast de specifieke buurttafels die we voorzien over maatschappelijke thema's, voorzien we ook een vaste buurttafel per dorp/deelgemeente.

Participatie en inspraak krijgen een centrale plaats op de gemeentelijke website.